Als vuistregel houdt u ongeveer 5–6 mm aan tussen houten planken tot 90 mm breed en ongeveer 7–8 mm bij bredere planken, en past u dat aan op hoe nat het hout is bij het leggen. Houd de ruimte onder de vlonder open zodat er lucht kan stromen, en til de planken waar mogelijk van de regels. Een vlonder die snel droogt, gaat langer mee.
De meeste vlonderproblemen die op slecht hout lijken, zijn eigenlijk ventilatieproblemen. Planken die schotelen, regels die zacht worden, schimmel aan de onderkant: het komt bijna altijd door een vlonder die te lang nat blijft. Voegen en luchtstroming zijn tijdens de bouw goedkoop om goed te doen, en achteraf bijna niet meer te herstellen.
Waarom de voeg ertoe doet
De voeg tussen de planken heeft drie taken:
- Afwatering. Regenwater moet snel van het oppervlak en mag niet blijven staan.
- Werking. Hout zet uit als het nat wordt en krimpt als het droogt. Composiet zet uit en krimpt met de temperatuur. Zonder voeg duwen planken tegen elkaar, gaan ze schotelen en komen ze omhoog.
- Luchtstroming. Lucht die door de voegen beweegt, droogt de plankranden en de bovenkant van de regels.
Een voeg die in een nat seizoen dichtgaat, doet alle drie tegelijk niet meer.
Aanbevolen voegbreedte
| Plank | Gangbare voeg | Toelichting |
|---|---|---|
| Hout tot 90 mm breed | 5–6 mm | Richtlijn van de Britse Timber Decking and Cladding Association |
| Hout breder dan 90 mm | 7–8 mm | Bredere planken werken meer in de breedte |
| Hardhout met veel krimp en zwelling | Bovenkant van het bereik | Sommige soorten (bijv. cumaru, garapa) werken meer; controleer de maten van de leverancier |
| Composiet (WPC) | Maat van de fabrikant | Vraagt ook kopse voegen bij plankstoten en gevels |
| Minimum op lange termijn voor hout | Ongeveer 5 mm | Kleinere voegen lopen vol met vuil en gaan dicht |
Twee aanpassingen tellen op de bouwplaats:
- Vochtgehalte bij het leggen. Natte planken krimpen, dus de voeg wordt later groter. Droge planken zwellen, dus die hebben vanaf dag één de volle voegbreedte nodig.
- Openbare en commerciële vlonders. Zeer brede voegen kunnen hakken en kleine wieltjes vangen. Controleer de lokale eisen voor openbare ruimtes.
Een herbruikbare afstandhouder geeft gelijke voegen zonder meten. De Fastshifter afstandhouder voor vlonderplanken zet 4, 5, 6 of 7 mm (gebruik 4 mm alleen bij nat gelegde planken die nog krimpen). Gebruik minstens twee per plank tijdens het bevestigen, en drie of vier bij lange planken.
Kromme planken: trek ze recht, forceer ze niet
Hout is zelden helemaal recht. Een plankenklem trekt een kromme plank tegen de afstandhouder in lijn en houdt hem vast terwijl u schroeft. Zo krijgt u een rechte, gelijke voeg zonder te hameren, en houdt u beide handen vrij.
Ventilatie onder de vlonder
De voeg tussen de planken werkt alleen als de lucht eronder kan bewegen. Goede praktijk:
- Houd de ruimte eronder open aan minstens twee zijden, liefst tegenover elkaar voor dwarsventilatie.
- Vermijd een dichte plint rondom. Wil de klant een gesloten uitstraling, gebruik dan latwerk met open voegen.
- Houd de ruimte vrij. Opgeslagen hout, bladeren en grond tegen de onderconstructie houden vocht vast.
- Laat de grond eronder afwateren. Worteldoek met grind, of afschot in de grond, voorkomt dat de ruimte een vochtige kuil wordt. Op natte klei- en veengrond met een hoge grondwaterstand is dit punt extra belangrijk.
- Wees voorzichtig met zeer lage vlonders. Hoe minder ruimte eronder, hoe belangrijker de andere maatregelen. Veel composietfabrikanten schrijven een minimale vrije ruimte onder de onderconstructie voor; controleer hun instructies.
Til de plank van de regel
Waar een plank plat op een regel ligt, verzamelt zich water in de naad en droogt het langzaam. Twee accessoires helpen:
- Ventilatieplaatjes liggen tussen plank en regel, tillen de plank op, zetten de voeg en laten water weglopen. Het glasvezelversterkte ventilatieplaatje is geschikt voor zwaarder en commercieel gebruik.
- Balktape op de bovenkant voert water af en dicht schroefgaten. Zie waarom balktape ertoe doet.
Bij randplanken en boeideel maakt een zelfklevende rubberstrook een gelijke afwateringsspleet van 3 of 5 mm tussen plank en constructie.
Checklist
- Voegbreedte gekozen op plankbreedte en vochtgehalte
- Afstandhouders bij elke plank, minstens twee per plank
- Kopse voegen bij composiet volgens de tabel van de fabrikant
- Ruimte eronder open aan minstens twee zijden, geen dichte plint rondom
- Grond onder de vlonder watert af, ruimte vrijgehouden
- Planken van de regels getild of regels getaped
Lees verder: waarom de onderconstructie belangrijker is dan de planken.
Veelgestelde vragen
Hoe breed moet de voeg tussen vlonderplanken zijn?
Een veelgebruikte richtlijn is 5–6 mm voor planken tot 90 mm breed en 7–8 mm voor bredere planken. Voor composietplanken gelden de maten van de fabrikant. Het doel is een voeg die open genoeg blijft voor afwatering en luchtstroming als de planken uitzetten.
Moet ik een voeg laten als het hout nat is?
Nat of vers gezaagd hout krimpt bij het drogen, waardoor de voeg groter wordt. Planken die nat worden gelegd, kunt u met een iets kleinere voeg bevestigen; kunstmatig gedroogde planken die nog vocht opnemen, hebben de volle voegbreedte nodig.
Hebben composietplanken een kopse voeg nodig?
Ja. Composietplanken zetten in de lengte uit en krimpen met de temperatuur. Fabrikanten schrijven kopse voegen voor bij plankstoten en een grotere kier bij gevels en vaste objecten. Volg hun tabel voor uw planklengte en de temperatuur bij het leggen.
Hoeveel ruimte moet er onder een vlonder zijn?
Genoeg om lucht vrij te laten stromen. Zeer lage vlonders lopen het meeste risico. Houd een aantal zijden open, vermijd een dichte plint rondom, houd de ruimte vrij van opgeslagen spullen en bladeren, en zorg dat de grond eronder afwatert.
Wat is een ventilatieplaatje (air spacer)?
Een klein plaatje tussen plank en regel. Het tilt de plank van de onderconstructie, zodat water kan weglopen en lucht tussen beide kan stromen, en de nokjes zorgen voor een gelijke voegbreedte.



