Skip to content
Vlonderbevestiging · Grondschroeven · Accessoires info@fastshifter.com
Onderconstructie

Regelafstand vlonderplanken: hout, thermohout, composiet

Bijgewerkt · 4 min. leestijd

Kort antwoord

De regelafstand onder vlonderplanken wordt bepaald door de plank, niet door de onderconstructie: gangbaar is ongeveer 40–50 cm hart-op-hart bij de meeste naald- en hardhouten planken en ongeveer 30–40 cm bij veel composiet- en thermohoutplanken. Diagonaal leggen, traptreden en zwaar belaste zones vragen een kleinere afstand. De maximale overspanning van de plankfabrikant gaat altijd voor.

Test het systeem bij uw volgende terras Vraag monsters aan van de tapes, schroeven, dragers en funderingen uit onze gidsen.

Monsters aanvragen →

De regelafstand onder vlonderplanken is de afstand hart-op-hart tussen de regels waar de planken op liggen. Is die te groot, dan veert de vlonder, gaan planken schotelen of doorbuigen en verliezen onzichtbare (blinde) bevestigingen hun grip. De juiste regel- of balkafstand bepaalt u vanuit de plank, niet vanuit de onderconstructie: elke plankfabrikant publiceert een maximale overspanning. Deze gids geeft de gangbare waarden, de uitzonderingen en hoe de afstand het aantal terrasdragers of schroefpalen bepaalt.

Regelafstand vlonderplanken per planktype

PlankGangbare afstand hart-op-hartWaar het van afhangt
Naaldhout (grenen, vuren, lariks), 21–28 mmongeveer 40–50 cmDikte; 40 cm is bij dunnere planken de veilige keuze
Hardhout (bijv. tropisch hardhout), 19–25 mmongeveer 40–50 cmZwaar en stijf, maar vaak in dunne profielen
Thermohout, 26–32 mmongeveer 30–40 cmDoor de hittebehandeling brosser; veel leveranciers vragen een kleinere afstand
Composiet, massief of met holle kamersongeveer 30–40 cmMinder stijf, kruip bij warmte; holle profielen zijn meestal het strengst
Elke plank op traptreden of in zwaar belaste zoneskleiner dan op de vlonderPuntlasten, randen, stoten

Dit zijn gangbare waarden uit montagehandleidingen van plankfabrikanten, geen Fastshifter-specificaties. Bindend is de maximale overspanning van de plankfabrikant: staat daar 35 cm, dan is het 35 cm. Ook dikte en breedte tellen mee; dezelfde houtsoort kan bij 21 mm en 28 mm een heel andere overspanning hebben.

Waarom de plank de afstand bepaalt

Tussen de regels werkt een plank als een kleine balk. Bij een te grote overspanning gebeuren drie dingen:

  • Doorbuiging. De vlonder veert onder de voeten en planken blijven na belasting krom, bij composiet vooral in de zomer.
  • Schotelen en scheuren. Een plank die bij elke stap doorbuigt, werkt haar bevestiging los en scheurt aan de kopse kanten.
  • Falende bevestiging. Clips en onzichtbare schroeven zijn getest op de afstand die de fabrikant opgeeft; een grotere overspanning belast elk bevestigingspunt zwaarder.

Een kleinere regelafstand kost wat meer hout of aluminium, maar geeft zelden problemen. Een te grote afstand bespaart eenmalig materiaal en kost later reparaties.

Diagonaal leggen

Liggen de planken onder 45° op de regels, dan overbrugt elke plank een langere afstand: ongeveer 1,4 keer de regelafstand. Voor dezelfde werkelijke overspanning verkleint u de afstand tot ongeveer 70 % van de waarde bij recht leggen, bijvoorbeeld van 40 cm naar ongeveer 28–30 cm. Sommige plankfabrikanten geven een aparte waarde voor diagonaal leggen; gebruik die dan. Visgraat- en chevronpatronen vragen bovendien extra regels of klossen onder elk plankeinde.

Traptreden, randen en kopse stoten

Sommige delen van een vlonder hebben meer ondersteuning nodig dan het middenveld:

  • Traptreden. Veel plankfabrikanten vragen op trappen een kleinere afstand tussen de steunpunten dan op de vlonder. De trapneus vangt de klappen van hakken op, dus controleer de waarde voor trappen apart.
  • Kopse plankstoten. Laat nooit twee plankeinden samen op één smalle regel eindigen. Een dubbele of bredere regel geeft elk einde een eigen oplegging en bevestiging.
  • Randen en kaders. Randplanken die haaks op het veld liggen, hebben eigen steunpunten nodig, meestal extra regels of klossen langs de rand.
  • Zware lasten. Een jacuzzi, grote plantenbakken of een buitenkeuken vragen een eigen berekening van regels en dragers.

Bescherm de bovenkant van elke regel met balktape en let op voegbreedte en ventilatie: meer regels helpen niet als er water op blijft staan.

Hoe de regelafstand het aantal dragers bepaalt

De regelafstand bepaalt hoeveel regels u nodig heeft; het regelprofiel en de overspanningstabel bepalen hoe vaak elke regel ondersteund moet worden. Vermenigvuldig die twee en u heeft het aantal dragers.

Voorbeeld (aannames, pas ze aan uw project aan): vlonder van 5 m × 4 m op een betonvloer, regels van 4 m, enkele regelopbouw, elke regel op vijf punten ondersteund volgens de overspanningstabel van de leverancier.

  • Regels op 40 cm: 5000 ÷ 400 = 12,5, dus 13 vakken en 14 regels. 14 × 5 = 70 dragers, ongeveer 3,5 per m².
  • Regels op 50 cm (als de plank dat toelaat): 10 vakken en 11 regels. 11 × 5 = 55 dragers, ongeveer 2,75 per m².

Een composietplank die 33 cm vraagt in plaats van 40 cm, voegt bij een enkele opbouw dus meerdere rijen dragers toe. Een dubbele opbouw haalt die koppeling weg: de vlonderdragers of schroefpalen dragen de onderliggende draagbalken, de regels lopen daar haaks overheen op de afstand die de plank vraagt, en het aantal dragers volgt uit de overspanning van die draagbalken. De richtwaarden per m² voor beide opbouwen staan in hoeveel tegeldragers per m².

Op betonvloeren en daken zijn FT-vlonderdragers belastbaar tot 800 kg per stuk; de grens ligt dus bijna altijd bij de overspanning van de regel, niet bij de drager. Op grond geeft een schroeffundering zonder graafwerk een vast punt onder elke balk- of regellijn.

Checklist voor de planning

  • Maximale overspanning van de plankfabrikant opgezocht voor deze plank, dikte en legrichting
  • Kleinere afstand bij diagonaal of in patroon leggen
  • Trappen en zwaar belaste zones getoetst aan strengere waarden
  • Dubbele of bredere regel bij elke kopse plankstoot
  • Afstand tussen dragers getoetst aan de overspanningstabel van het regelprofiel
  • Aantal dragers berekend als regels × steunpunten per regel, plus reserve

Voor het grotere geheel: waarom de onderconstructie belangrijker is dan de planken. Wilt u een compleet systeem aan uw klanten aanbieden? Vraag samples aan of meld u aan als dealer.

Veelgestelde vragen

Wat is de standaard regelafstand onder vlonderplanken?

Eén standaard bestaat niet. Ongeveer 40 cm hart-op-hart is een gangbaar uitgangspunt bij houten planken van 21–28 mm, dikker hardhout laat vaak iets meer toe en veel composietplanken vragen 30–40 cm. Volg altijd de maximale overspanning in de montagehandleiding van de plankfabrikant.

Hebben composietplanken een kleinere regelafstand nodig dan hout?

Meestal wel. Composietplanken zijn bij dezelfde dikte minder stijf dan hout en kunnen na verloop van tijd tussen de regels doorbuigen, vooral bij warmte. Veel fabrikanten schrijven 30–40 cm voor, en nog minder op trappen en bij intensief (projectmatig) gebruik.

Hoeveel kleiner moet de regelafstand zijn bij diagonaal leggen?

Onder 45° kruist elke plank de regels schuin, waardoor de werkelijke overspanning ongeveer 1,4 keer de regelafstand is. Als vuistregel verkleint u de afstand tot ongeveer 70 % van de waarde bij recht leggen, tenzij de plankfabrikant een eigen waarde voor diagonaal leggen opgeeft.

Verandert de regelafstand het aantal vlonderdragers of schroefpalen?

Ja. Een kleinere regelafstand betekent meer regels, en bij een enkele regelopbouw heeft elke regel een eigen rij dragers nodig. Bij een dubbele opbouw dragen de dragers de onderliggende draagbalken, en dan telt de regelafstand veel minder mee.

Meet u de regelafstand hart-op-hart?

Ja. Plankfabrikanten geven de maximale overspanning op als afstand tussen de harten van de regels, niet als de vrije ruimte ertussen.

Test het systeem bij uw volgende terras

Vraag monsters aan van de tapes, schroeven, dragers en funderingen uit onze gidsen.

Monsters aanvragen →