Skip to content
Vlonderbevestiging · Grondschroeven · Accessoires info@fastshifter.com
Onderconstructie

Vlonder berekenen: materiaallijst onderconstructie

Bijgewerkt · 5 min. leestijd

Kort antwoord

Reken vanaf de plank: de maximale overspanning van de plankfabrikant bepaalt de regelafstand, het aantal regels bepaalt de strekkende meters en de tape, het kengetal bepaalt de dragers of schroefpalen, en plankrijen × regels geeft het aantal bevestigingspunten. Voor 5 × 4 m met regels op 400 mm: 14 regels (56 m), ongeveer 60–70 dragers bij een enkele opbouw of ongeveer 20 bij een dubbele, 3–4 rollen balktape en zo'n 378 kruispunten. Tel daar 5–10 % reserve bij op.

Test het systeem bij uw volgende terras Vraag monsters aan van de tapes, schroeven, dragers en funderingen uit onze gidsen.

Monsters aanvragen →

De meeste rekenfouten bij vlonders zitten niet in de planken, maar in de onderconstructie: een vergeten rij steunpunten, tape voor de regels maar niet voor de draagbalken, of schroeven per vierkante meter gerekend in plaats van per kruispunt. Deze gids laat met één rekenvoorbeeld zien hoe u een vlonder berekent en het materiaal voor de onderconstructie bepaalt, en maakt daar een methode van die een dealer of vlonderbouwer bij elk project opnieuw kan gebruiken.

Begin bij de plank, niet bij de constructie

Alles onder de planken volgt uit één getal: de maximale overspanning in de montagehandleiding van de plankfabrikant. Die bepaalt de regelafstand, die het aantal regels, en daaruit volgen de steunpunten, de tape en de bevestiging. Zoek dat getal dus eerst op. Gangbare waarden per planktype staan in regelafstand voor houten, thermohouten en composietplanken.

Vlonder berekenen: materiaallijst onderconstructie voor 20 m²

Uitgangspunten (pas ze aan uw project aan):

  • vlonder van 5 m × 4 m op een vlakke betonvloer, 20 m²;
  • houten vlonderplanken van 145 mm breed met een voeg van 5 mm, dus 150 mm per rij;
  • regels op 400 mm hart-op-hart, elk 4 m lang, verdeeld over de breedte van 5 m;
  • planken over de volle 5 m, dus geen kopse plankstoten in het vlak;
  • afstand tussen de steunpunten langs elke regel gecontroleerd aan de hand van de overspanningstabel van de regelleverancier.
PostZo rekent uAantal in het voorbeeld
Regels5000 ÷ 400 = 12,5 → 13 vakken → 14 regels × 4 m14 stuks, 56 strekkende meter
Steunpunten, enkele regelopbouw3–3,5 per m² (FT-dragers)ongeveer 60–70 dragers
Steunpunten, dubbele regelopbouwongeveer 1 per m² (FT-dragers of schroefpalen)ongeveer 20, plus draagbalken
Rubber padséén onder elke drager op betonvloeren en dakbedekkinggelijk aan aantal dragers
Balktape 50 mm56 m ÷ rol van 20 m = 2,84 rollen (3 zonder reserve)
Kruispunten4000 ÷ 150 = 26,7 → 27 rijen × 14 regels378 kruispunten
Zichtbare schroeven2 per plank per regel756 + reserve → ongeveer 800–830
Onzichtbare (blinde) schroeven in de plankrandvolgens systeeminstructies, meestal beide randen op elke regelongeveer 800–830 met reserve
Clips (onzichtbare bevestiging)één per regel in elke voeg: 26 voegen × 14364 + eerste en laatste plank + reserve
Reserve5–10 % op alle postenafronden op hele verpakkingen

De aantallen dragers zijn planningskengetallen voor Fastshifter FT-dragers uit hoeveel tegeldragers per m², waar ook de enkele en dubbele regelopbouw uitgebreid worden uitgelegd. Ze vervangen geen constructieve berekening.

De methode stap voor stap

Stap 1: oppervlak en richting. Meet de vlonder op en bepaal in welke richting de planken lopen. De regels liggen daar haaks op. In het voorbeeld lopen de planken langs de zijde van 5 m, dus de regels zijn 4 m lang en verdeeld over 5 m.

Stap 2: regels. Deel de breedte haaks op de regels door de regelafstand, rond naar boven af en tel er één bij op voor de tweede rand. Vermenigvuldig met de regellengte voor de strekkende meters. Leg een dubbele regel bij elke kopse plankstoot en reken extra regels of klossen voor randafwerking, kaders en treden.

Stap 3: steunpunten. Kies de opbouw. Bij een enkele opbouw rust elke regel op eigen steunpunten, bij een dubbele opbouw dragen de steunpunten draagbalken en lopen de regels er haaks overheen. Pas het kengetal toe en controleer: regels × steunpunten per regel volgens de overspanningstabel. In het voorbeeld betekenen 60–70 dragers over 14 regels ongeveer 4–5 steunpunten per regel van 4 m. Op grond geldt dezelfde logica voor een schroeffundering: ongeveer één schroefpaal per m² bij een dubbele opbouw, waarbij het exacte aantal volgt uit de stramienmaat. Voor de lengte per grondsoort en vorstdiepte, zie lengte van grondschroeven.

Stap 4: hoogtes. Meet op een betonvloer het hoogste en laagste punt. Een afschot van een paar centimeter betekent meestal twee of drie FT-maten, bijvoorbeeld de FT3 40–64 mm en de FT4 64–110 mm. Verdeel het aantal per zone in plaats van één maat voor de hele vlonder te bestellen.

Stap 5: balktape. Tel de strekkende meters regels op, bij een dubbele opbouw plus de draagbalken, en deel door de rollengte. De butyltape van 50 mm dekt standaardregels af, de 80 mm gaat op dubbele regels en bij plankstoten. Reken wat extra voor het omvouwen over de kopse kanten. Waarom het de moeite waard is, leest u in balktape: waarom het ertoe doet.

Stap 6: plankbevestiging. Tel kruispunten, geen vierkante meters: plankrijen × regels. Pas daarna de bevestigingsmethode toe:

  • Zichtbare terrasschroeven: twee per plank op elke regel. Randplanken, afdekplanken en treden worden ook bij een onzichtbaar bevestigde vlonder vaak zichtbaar geschroefd, dus tel ze apart.
  • Onzichtbare schroeven in de plankrand: volg de systeeminstructies; meestal wordt elke plank aan beide randen op elke regel bevestigd. De onzichtbare Fastshifter-schroeven zijn er in verpakkingen van 250 en 600 stuks, voor het voorbeeld bijvoorbeeld één van 600 en één van 250.
  • Clips: alleen voor gegroefde planken. Elke clip zit op een regel tussen twee planken en wordt met één schroef vastgezet, dus één clip per voeg per regel. Bevestig de eerste en laatste plank zoals de plankfabrikant voorschrijft.

Dit zijn vuistregels; volg voor bevestigingspatroon en afstanden altijd de instructies van de plankfabrikant. Voor de keuze van de methode, zie onzichtbare schroeven, zichtbare schroeven of clips; voor de staalsoort, A2, A4, C4 of SS410.

Stap 7: verbindingen in de constructie. Tel elke verbinding tussen regel en draagbalk en aan de randbalk, en gebruik de bevestiging die het ontwerp voorschrijft. Schat deze post niet per vierkante meter.

Stap 8: reserve en verpakkingen. Tel ongeveer 5–10 % op bij bevestiging, tape en steunpunten en rond elke post af naar hele verpakkingen. Deuren, dorpels, treden, zware plantenbakken en hottubs vragen extra steunpunten bovenop het kengetal.

Veelgemaakte fouten in de materiaallijst

  • Schroeven per m² rekenen. Regelafstand en plankbreedte veranderen het aantal kruispunten; tel altijd rijen × regels.
  • De draagbalken vergeten. Bij een dubbele opbouw hebben ook die tape en verbindingen nodig.
  • Eén dragermaat voor alles. Betonvloeren lopen af naar een afvoer; verdeel het aantal per hoogte.
  • Geen reserve. Een paar ontbrekende schroeven kunnen een ploeg een halve dag stilleggen.

FT-dragers zijn elk tot 800 kg belastbaar en de onzichtbare C4-schroeven zijn getest tot 1500 uur in de zoutsproeitest, maar de bepalende grenzen van elke vlonder blijven de overspanning van de plank en de overspanningstabel van de regels. Voor het grotere plaatje: waarom de onderconstructie belangrijker is dan de planken.

Maakt u een offerte of bouwt u een assortiment op voor uw klanten? Stuur ons de afmetingen en het planktype via info@fastshifter.com, dan denken we mee over de materiaallijst. Of vraag samples aan via het dealerformulier.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik hoeveel regels een vlonder nodig heeft?

Deel de breedte haaks op de regels door de regelafstand, rond naar boven af op hele vakken en tel er één bij op. Bij 5 m en 400 mm hart-op-hart: 5000 ÷ 400 = 12,5, dus 13 vakken en 14 regels. De regelafstand zelf volgt uit de maximale overspanning van de plankfabrikant.

Hoeveel vlonderschroeven of terrasschroeven per m²?

Tel kruispunten in plaats van vierkante meters: plankrijen × regels. Bij zichtbaar schroeven gaan er twee schroeven per plank op elke regel. In het voorbeeld van 20 m² met planken van 145 mm zijn dat 378 kruispunten en ongeveer 756 schroeven, zonder reserve. Voor onzichtbare schroeven en clips volgt u de instructies van het betreffende systeem.

Hoeveel balktape heb ik nodig?

Tel de lengte van alle regels op, bij een dubbele opbouw ook die van de draagbalken, en deel door de rollengte. Veertien regels van 4 m zijn 56 m: drie rollen van 20 m met nauwelijks reserve, dus bestel er vier. Gebruik tape van 80 mm waar twee plankeinden op één regel samenkomen.

Hoeveel reserve moet ik bijtellen?

Ongeveer 5–10 % op bevestiging, tape en dragers, en dan afronden op hele verpakkingen. Deurdorpels, treden, randplanken en zware plantenbakken vragen meestal meer steunpunten en bevestiging dan gemiddeld, en reserve is goedkoper dan stilstand op de bouwplaats.

Is deze lijst een constructieve berekening?

Nee. Het is een planningsmethode voor offertes en bestellingen. Regelprofiel, afstand tussen steunpunten en bevestigingspatroon volgen de instructies van de plankfabrikant en de overspanningstabellen van de regelleverancier.

Test het systeem bij uw volgende terras

Vraag monsters aan van de tapes, schroeven, dragers en funderingen uit onze gidsen.

Monsters aanvragen →